Cultuurcentrum Brugge

Jan Verhaeghe 
conceptueel kunstenaar

CENSUURSCULPTUREN: BOEKEN: HEDENDAAGSE PRIMITIEVEN


“Ik ben iemand die koentekraafs is”


Volgens mij kan, of beter: moet kunst maatschappelijk geëngageerd zijn. Je kan niet louter bezig zijn met schoonheid als je merkt dat sociale verworvenheden onder druk staan, als we onze natuur blijven verkloten en mensen op zoek naar een betere toekomst hier de deur wijzen. Marcel Duchamp heeft dat engagement uitgedrukt met voorwerpen die we vandaag nog steeds gebruiken. Daardoor ga je anders nadenken over dingen.

Mijn vader werkte als binnenhuisarchitect en had oog voor esthetiek. Hij was politiek en artistiek actief. De liefde voor esthetiek heb ik via die weg meegekregen. Later kwam ik in contact met het schriftbeeldhouwatelier van Pieter Boudens, waar ik voor het eerst een écht atelier zag en strips van Kamagurka kon lezen. Alweer een openbaring, terwijl ik taal gebeeldhouwd zag worden.


Brugge


Kunst moet in een stad de ruimte krijgen die ze echt verdient. Tot nu toe ben ik er nog niet in geslaagd om in Brugge te bewijzen dat actuele beeldende kunst volk op de been kan brengen én bij het grote publiek kan scoren. De mogelijkheden om dat te bewijzen, zijn hier eerder beperkt. Nochtans is er geen plek waar actuele kunst beter tot uiting komt dan in een kleine, historische stad. Omgeving en schaal zijn allesbepalend. Zodra je daar iets actueels tegenover zet, is de impact enorm. Dat is hier met de voorbije triënnales toch al een paar keer gelukt.

Ik ben iemand die koentekraafs is en dat maakt het soms moeilijk. Ik krijg veel tegenwind en op mijn 56ste zou ik eigenlijk willen dat de strijd niet meer zo hard gevoerd hoeft te worden. Dat kunst in Brugge de ruimte krijgt die ze echt verdient. Daar blijf ik gewoon voor ijveren.

Ik ben iemand die koentekraafs is 

 

Op mijn deurbel staat ‘The censored censor’. Ik ben een conceptueel kunstenaar: het idee primeert op de zintuiglijke verwoording ervan. Ik ben vooral iemand die zich kunstpolitiek manifesteert, door onderzoek naar het begrip censuur. Marcel Duchamp is voor mij een immense inspiratiebron.Hij heeft het ‘objet trouvé’ geïntroduceerd in de beeldende kunst en zo mee de kunst in de twintigste eeuw bepaald. 

 

Wat maakt Duchamps werk zo inspirerend? 

Duchamp onderstreept dat iets kunst is, als de kunstenaar zegt dat het zo is. Waardoor je als beeldend kunstenaar een doordachte positie kunt innemen. Volgens mij kan, of beter moet kunst dus maatschappelijk geëngageerd zijn. Je kan niet louter bezig zijn met schoonheid als je ziet dat sociale verworvenheden onder druk staan, als we onze natuur blijven verkloten en mensen op zoek naar een betere toekomst hier de deur wijzen.

 

Sommige critici denken er uiteraard anders over. 

Klopt. Maar wat de massa er ook van vindt, of hoe museumdirecteurs er ook naar kijken: de kunstenaar beslist. 

 

Mag kunst renderen? Geld in het laatje brengen? 

Uiteraard, want zo doe ik het ook. Ik maak gebruik van de vakkennis van anderen om een idee zo zuiver mogelijk vorm te geven, zodat het publiek het juist kan lezen. Maar het draait wel altijd om de kunst en niet om een hype, zoals je dat bij bepaalde artiesten ziet. Denk maar aan de poging om Léon Spilliaert beroemd te maken aan de andere kant van de plas met een gadgetreeks. Dat heeft alles met commercie te maken en niks met het werk van de man. 

 

Moet er dan een plafond komen op wat kunst opbrengt? 

Idealiter verdienen zoveel mogelijk mensen de kost met het maken van kunst. Een werkweek duurt immers maar 38 uur. We reserveren als volwassenen enkel nog de tijd die we over hebben om te doen wat we als kind altijd deden. Creatief zijn met kleuren, vormen, taal: op school hebben we dat grotendeels afgeleerd. Die creativiteit op latere leeftijd zou heus wat rendabeler zou mogen zijn. 

 

Wanneer is de kunst jouw leven binnengetreden’? 

Door roeping en een stuk geluk. Ik had het voorrecht om op te groeien in een naoorlogs gezin dat welstand kon verzilveren. Mijn vader werkte als binnenhuisarchitect en had oog voor esthetiek. Hij was politiek en artistiek actief. De liefde voor esthetiek heb ik via die weg meegekregen. We hebben ook in dezelfde academie schoolgelopen. 

 

Nooit ambitie gehad om het politieke spoor te volgen? 

Heel even, maar het werd niks. Je moet weten dat mijn vader een Vlaams-nationalist was. Ik stelde me daar als jonge kerel al vragen bij en de academie was de plek waar ik andere ideeën ontdekte. Het parcours dat ik aflegde was niet zo rechtlijnig, ik was een buitenbeentje. Mijn vader was halfweg de jaren zeventig van de vorige eeuw een legislatuur lang het enige verkozen gemeenteraadslid, dat niet op de lijst van de partij van de baron van de gemeente stond. Er hing op elf juli een Vlaamse Leeuw aan onze gevel. Ik ben er vaak voor gepest maar ben nooit in de slachtofferrol gekropen. Het was voor mij gewoon een reden om het anders aan te pakken. 

 

Waar stond jouw moeder in dat verhaal? 

Ze had haar eigen kijk op dingen. Zo herinner ik me dat we voor een opdracht in school eens magazines moesten meenemen om figuren uit te knippen. Ik had BURDA meegekregen, een blaadje met patronen. Daar stonden al eens lijvige vrouwen in, of je zag een halve borst. De schooldirectie sprak haar erop aan, maar dat maakte voor haar geen verschil. Kijk: ik was de politieke overtuiging van mijn ouders niet genegen, maar mijn vader was wel de man die conventies durfde te doorbreken. Hosta’s in plaats van gras in de voortuin, ik zeg maar iets. Dat was shockerend waar wij opgroeiden. Hij koos niet voor een plaats op de CVP-lijst en misliep daardoor wellicht een schepenambt. Niet meelopen met de stroom: dat heb ik heus van hem geleerd. 

 

Wat heeft je uiteindelijk voor de kunst doen kiezen? 

Het moment waarop ik een ondernemersopleiding etalagedecorbouw achter de rug had, in wat nu SYNTRA heet. Ik ontdekte dat ik goed kon tekenen, ruimtelijk inzicht had en gefascineerd was door alles wat met kunst te maken had. Die prikkels had ik als kind al gekregen, mijn ouders namen me bijvoorbeeld mee naar tentoonstellingen van Robert en André Deman. We woonden vernissages bij, ik zag mensen die met schilderijen de kost verdienden. Dat fascineerde me, net als het handschrift van mijn vader. Nog later kwam ik in contact met het schriftbeeldhouwatelier van Pieter Boudens, waar ik voor het eerst een echt atelier zag en strips van Kamagurka kon lezen. Alweer een openbaring, terwijl ik taal gebeeldhouwd zag worden. Dat overtrof voor mij de schilderkunst. 

 

Hoe begin je dan aan je eerste eigen kunstwerk? 

Het gebeurt gewoon. Ik kon de technieken die ik in de academie aangeleerd had, toepassen en zo uitdrukken wat ik wou zeggen zonder conventies. Ik studeerde af in 1989 en had een jaar later mijn eigen tentoonstelling in de Bogardenkapel. Daarvoor plaatste ik schilderdoeken, een stapel papier en een blok beton bijeen. Het waren allemaal dragers om ideeën, vormen en beelden te vertalen. Elk van die opstellingen was een meter bij een meter groot. Ik maakte daarnaast twee tableaus uit papier maché met kranten van linkse en rechtse politieke signatuur. De rand van de tableaus werd met rood en blauw pigment gekleurd: een grijze massa met aan de rand een kleurtje. Het is een werk waar ik nog steeds achter sta.

 

Is ambacht een voorwaarde om kunst te kunnen maken, of kan het ook zonder? 

Hoe meer ambacht, hoe beter. Daarom ga ik steeds op zoek naar mensen die ambachten beheersen en mijn ideeën op de meest esthetische manier kunnen realiseren. Zo realiseerde ik in het verleden wat zeefdrukken met het begrip ‘Image censuré’, rond een copyrightteken. Ik verwees discreet naar het naziregime en naar het nationalisme uit mijn jeugd. Ik wou waarschuwen voor extreme uitwassen en er werd aanvankelijk smalend over gedaan. Toen kwam de zoveelste Zwarte Zondag en kreeg ik gelijk. Ik had het liever anders gezien. 

 

Wat doet kritiek met jou? 

Ze motiveert. Ik ben iemand die ‘koentekraafs’ is en dat maakt het soms moeilijk. Ik krijg veel tegenwind en op mijn 56ste zou ik eigenlijk willen dat de strijd niet meer zo hard gevoerd hoeft te worden. Dat kunst in de stad de ruimte krijgt die ze echt verdient, bijvoorbeeld. Daar ijver ik al jaren voor. 

 

De plaats voor beeldende kunst in Brugge vind je te beperkt. Kan het anders? 

Het kan absoluut anders, maar daarvoor is een beleid nodig dat gebeten is door actuele beeldende kunst en niet alleen door theater, dans, schlagers. Waarmee ik niet zeg dat die genres niet mogen bestaan, integendeel zelfs. Het evenwicht tussen kunst en politiek is gewoon een hele moeilijke. Tot nu toe ben ik er nog niet in geslaagd om hier te bewijzen dat actuele beeldende kunst wel volk op de been kan brengen en bij het grote publiek kan scoren. De mogelijkheden om dat te bewijzen, zijn beperkt. 

 

Ondanks alles hou je van de stad. 

Zeker. Vergelijk het gerust met Venetië. Er is geen plek waar actuele kunst beter tot uiting komt dan in een kleine, historische stad. Omgeving en schaal zijn allesbepalend. Zodra je daar iets actueels tegenover zet, is de impact enorm. Dat is hier met de voorbije triënnales al een paar keer gelukt. 

 

Je bent bij tal van artistieke projecten betrokken en werkt voor Cultuurcentrum Brugge. Is er überhaupt nog tijd over om kunst te maken? 

Heel weinig. Ik kies vaak voor arbeidsintensieve processen in mijn werk. Afbeeldingen wegsnijden uit kunstboeken, bijvoorbeeld, ik noem dat censuursculpturen. Het is een immense klus. Daarnaast werk ik ook al een poos aan een project met een naaktmodel en etiketten. Ik wil vijfduizend prijsetiketten realiseren waarin details van prints zitten, van een naaktmodel in veelal gênante poses, op 36 bij 24 mm. Dat is het ouderwetse diaformaat. Ik kan er helemaal in opgaan, maar soms ben ik te uitgeput om eraan te beginnen. Het duurt even voor je in die flow zit en ik wil tegelijk van alles proeven: tentoonstellingen, films, allerhande kranten. Mijn dochter zegt weleens dat ik aan FOMO lijd, ‘fear of missing out’. Ik denk dat ze een punt heeft. 

 

Is er een realisatie waar je nog van droomt? Dat ene ultieme kunstwerk? 

Het lijkt me fantastisch om in het SMAK nog een performance te doen. Dan zou ik er resideren en alle catalogi die SMAK ooit heeft uitgegeven, in tweevoud beschikbaar krijgen. Uit elke set gebruik ik een exemplaar om censuursculpturen te snijden. Die installatie van sculpturen zou mijn schenking aan het museum zijn. Het idee leeft al in mijn hoofd sinds mijn dochter geboren is. Meer dan twintig jaar later ben ik er nog steeds niet aan begonnen. 

 

Hoe wil jij als kunstenaar herinnerd worden? 

Als iemand die er in zijn stad voor ijverde om actuele beeldende kunst een plaats te geven. En dan spreek ik niet alleen over de fysieke ruimte, maar ook de mentale ruimte. Dat we durven nadenken over waar kunst een plek kan krijgen. Die denkoefening wordt te weinig gemaakt, daarom blijf ik erop hameren.